Beenstanden


Tekst: Michel Speklé, gediplomeerd hoefsmid te Nijeberkoop
Bij de beoordeling van beenstanden gaat men uit van een ideaal beeld.
Een paard voldoet echter niet altijd aan een ideaal beeld. Een afwijkende stand niet altijd een foute stand. De meeste paarden hebben een minimale afwijking, mits het een kleine afwijking is, beschouwt men ze als normaal.
Een ideale beenstand van opzij gezien, de loodlijn in het middelste derde gedeelte van het schouderblad en loopt door onderarm en pijp tot achter de hoef. Deze lijn raakt de bovenachterzijde van de hoefbal.
De hoek die een lijn door het midden van het schouderblad maakt is 45°-50° deze moet evenredig zijn als de hoek door de voetas.
Beoordelen van voetas en beenstand.

De voetas dit is de (denkbeeldige) lijn die men kan trekken door kootbeen,kroonbeen en hoefbeen van de ondervoet van de voorkant en opzij. Beenstand om de beenstanden van paard of pony goed te kunnen beoordelen moet het paard vierkant opgesteld worden op een vlakke bodem,het paard wordt dan van voren,van achteren en van opzij bekeken. Bij het beoordelen wordt een denkbeeldige loodlijn aangebracht,van opzij gezien moet deze evenwijdig verlopen met de voorzijde van de hoornwand in het toongedeelte.

Voet in balans

Als de voetas van opzij en van voren recht is zoals in de afbeelding neemt men aan dat de belasting van de ondervoet optimaal is en dat de voortbeweging optimaal kan worden uitgevoerd. De voetas maakt van terzijde gezien dezelfde hoek met de bodem als de toon van de hoornwand (voor 45 tot 50 graden achter 50 tot 55 graden).
Bij een normale voetas van 45° tot 50° maakt het been een normale pas kan goed over de toon rollen, weinig kans op blessures.

Bij een voetas naar achteren gebroken met een lange toon en korte verzenen waarbij de voetas kleiner is dan 45° wordt de paslengte langer, de beweging van het paard wordt belemmert doordat het niet goed over de toon kan rollen.

Bij een steile hoef waarbij de voetas naar voren is gebroken (korte toon, hoge verzenen) waarbij de voetas groter is dan 55° is de paslengte kort omdat de hoef te snel over de toon rolt.

Afwijkende beenstanden van voor gezien

Toontreder stand “Toe-in ´ De voetas is recht maar in zijn geheel naar binnen gedraaid. De hoef staat dan vaak buitenover en steil ook is de hoefvorm “diagonaal” dat wil zeggen een lange binnen kant en korte buiten verzenen vanaf de kogel wijzen de hoeven naar binnen. Gevolg is maaien, dit veroorzaakt een minder krachtige gang, moeilijk in balans te krijgen en extra slijtage van de gewrichten. (Neemt de hoef naar buiten op en brengt ze buitenom naar voor en zet deze naar binnen weer neer. Dit noemt men Maaien )

Franse stand “Toe-out” De voetas is recht maar in zijn geheel naar buiten gedraaid. Staat vaak binnendoor en week, ook is de hoefvorm “diagonaal” naar buiten dat wil zeggen lange buitentoon en korte binnen verzenen. Gevolg strijken dit veroorzaakt verwondingen waardoor het paard onzeker kan worden. (Neemt de hoef naar binnen op brengt ze binnen door naar voor en zet deze naar buiten weg. Dit noemt men Scheppen.)
A. Normale stand ( de afstand tussen de hoeven moet ongeveer net zo breed zijn als de
breedte van een hoef ).
B.Nauwe stand, de benen staan evenredig aan elkaar en verticaal, maar te dicht bij elkaar
en zijn te smal van borst.Deze paarden strijken gemakkelijk.
C. wijde stand Ook bij deze stand staan de benen evenwijdig aan elkaar en verticaal, maar
te ver uit elkaar.Deze paarden zijn te breed v
Bodem nauwe stand de beenassen lopen naar elkaar toe en de afstand tussen de hoeven is kleiner dan een hoefbreedte. De benen lopen vanaf de schouder gewricht schuin naar elkaar toe (buiten helft wordt zwaar belast ). De voetas is recht.
O-benige stand de lijn door de onderarm en pijp getrokken is naar buiten gebroken in de voorknie. De afstand tussen de voorknieën is groter dan tussen de boeggewrichten en tussen de hoeven. Hierbij wordt de binnen helft van het gewricht sterk belast en de buiten helft eerder gerekt. De gang is niet regelmatig en de benen worden dikwijls met een maaiende gang vooruit gebracht.
Bodemwijde stand is wanneer de benen verder uit elkaar staan dan boven, de benen niet evenwijdig zijn, maar naar beneden uit elkaar gaan (divigeren). De afstand tussen de beide hoeven is groter dan tussen de boeggewrichten er is dus een duidelijk verschil tussen een wijde stand en een bodem wijde stand
Het tegen over gestelde van bodem nauwe stand is bodem wijde stand. De binnenhelft van de gewrichten heeft meer te lijden dan de buiten-helft, de hoeven zijn schreef,de buitenhelft is groter en ruimer, de binnenhelft is kleiner, nauwer en wordt meer belast. De voetas is recht.
X-Benige stand (of nauw in de voorknieën )de lijn door de opperarm en pijp getrokken is
niet recht, maar naar binnen toe gebroken in de voorknie. Mooi is deze stand zeker niet
en een nadeel is dat de buiten helft van het gewricht sterk belast wordt en de binnen helft overrekt. Gang is dikwijls nauw, onregelmatig en gaat gepaard met strijken. De hoeven zijn schreef de buiten helft is groter en wijder dan de binnen helft. De voetas is recht.
Afwijkende beenstanden van opzij

Normale stand Wanneer je het paard ter hoogte van de schouder van opzij bekijkt dan moeten onderarm, voorknie en pijp in èèn loodlijn liggen. Bij een paard met een normale stand zullen de voorbenen ongeveer 3/5 deel­ van het gewicht dragen en de achterbenen 2/5 deel. Bij deze stand valt de loodlijn midden uit het ellenboog-gewricht midden door onder arm,voorknie,pijp en koot gewricht terwijl de lijn achter de hoef op de bodem komt.

Gestrekte stand. Bij deze stand zijn de de voorbenen iets naar voren geplaatst, zodat de as van onderarm, voorknie en pijp voor de loodlijn uitkomt ( we moeten wel een onderscheid maken tussen aangeleerd gestrekt staan en een gestrekte stand van nature). Bij een gestrekte gang krijgen we een sterke belasting van de achterste helft van de gewrichten,buigpezen en banden.
[/wr_row]
[/wr_column]
Onderstandige stand als de voorbenen inplaats van recht, iets naar achteren geplaats zijn, zegt men dat het paard “onder zich staat”. De voorbenen zullen hierbij een groter gedeelte van het lichaam gewicht dragen dan normaal, dit heeft tot gevolg dat de spieren, pezen en gewrichten meer te lijden hebben en eerder gebreken tonen. Het steunvlak is te klein zodat het zwaartepunt gemakkelijk voor het steunvlak komt waardoor het paard gemakkelijk struikeld. Deze stand zal vaak klappen in de ijzers.
[/wr_row]
Bokbenige stand De lijn vanaf de elleboog door onderarm en pijp is naar voren gebroken in de voorknie.Het kan aangeboren zijn of verkregen (door een of andere
oorzaak) bijvoorbeeld, door op jeugdige leeftijd zwaar moeten werken. De hoeven zijn bij bokbenigheid steil, kort in de toon en hoog van verzenen.
Hol in de knieën de lijn vanaf de elleboog door de onderarm en pijp is naar achteren gebroken in de voorknie. Deze stand kan net als de vorige aangeboren of verkregen zijn. Ze veoorzaken bijde een abnormale gewrichtsverdeling in het kniegewricht en abnormale belasting van strekpezen en de buigpezen.
[/wr_row]
A. Beervoetige stand, dit is een combinatie van een gebroken voetas naar voren in het
hoefgewricht en een weke koot.Deze afwijkende stand is nadelig voor de beweging van
het paard.
B. Bokhoevige stand is een zeer steile hoef en zeer hoge verzenen, soms even hoog als in
de toon,voetas naar voren gebroken
Achterbeen van achteren en van opzij gezien

Normale stand De achterbenen moeten evenwijdig staan en zover van elkaar dat de hoeven op een hoefbreedte afstand van elkaar komen. De loodlijnen uit de zitbeenknobbels komen juist achter het midden van spronggewricht, pijp, kootgewricht, kroon en hoef. De gewrichten zijn dan evenredig belast en kunnen regelmatig naar voren gebracht worden. Een goede normale stand geeft een ruime gang en verhoogt de duurzaamheid van de benen.

Bodem nauw de benen staan dicht bij elkaar binnen de loodlijnen, de afstand tussen de hoeven is kleiner dan één hoef breedte en de hoeven staan vaak naast elkaar op de grond. Het steunvlak is smal, wat een minder stevige stand geeft en er eerder gebreken optreden. De gang is nauw, soms kruist het paard zich d.w.z plaats bij het lopen de hoeven voor elkaar, strijken komt veelvuldig voor.
Koehakkige stand als de hielen iets naar binnen gericht zijn en kort bij elkaar komen en dus de spronggewrichten binnen de loodlijnen uit de zitbeenknobbels vallen zegt men dat het paard “nauw in de hielen” is of koehakkig. De koehakkige stand veroorzaakt een abnormale gewichtsverdeling in het spronggewricht. Vanaf de pijp zijn de benen wat naar buiten gedraaid zodat de hoeven ook naar buiten gedraaid staan (deze stand noemt men franse stand,dit geeft schaatsenrijden) .
Steile stand of steile sprong,wanneer de hoek in het spronggewricht groter is dan 160° spreken we van een steile stand.Deze gang is niet ruim en kan onvoldoende in het spronggewricht veren, dit wordt meestal ten dele gecompenseerd doordat het paard dan ver doortreedt in de kootgewrichten.
Sabelbenige stand bij deze stand is de hoek in het spronggewricht kleiner dan 145° de hiel ligt achter de loodlijn uit de zitbeenknobbel, terwel de hoef in of voor de loodlijn uit komt.Bij deze stand komt wel eens een haze hak voor of andere gebreken in het achterste deel van het spronggewricht( spat). De hoef heeft een normale vorm
Gestrekte stand hierbij worden de benen achter de loodlijnen geplaats, de loodlijn vanuit de zitbeenknobbel valt nu voor de sprong.De hoek in het spronggewricht kan normaal zijn maar is vaak groter dan normaal (het is niet het zelfde als een steile stand of sprong). Deze stand heeft een minder gunstige invloed op de rug en lendenen. De hoeven zijn kort, steil van toon en hoog van verzenen.